
In 1884 start Germain Hoet een optiekzaak in Roeselare. Die activiteit werd tot vandaag, zonder onderbreking, verdergezet door de familie Hoet.
Germain, Leon, Fernand, Valère, Joseph, Gilbert, Antoine, Eddy, Patrick. Allemaal opticiens. Leon Hoet, een neef van Germain, zag het groots: hij startte in Menen, maar hij richtte ook optiekzaken op in Wervik, later in Gent en in 1945 ten slotte in de Vlamingstraat in Brugge. De zaak in Brugge werd eerst gerund door broer Fernand, later door zoon Joseph. Bij zijn overlijden in 1963 zette zijn weduwe Alice Wallecan de zaak verder tot zoon Patrick zijn diploma haalde.
De jonge Patrick Hoet was ambitieus. Optiek Hoet in Brugge zou meer worden dan de zoveelste optiekzaak. Hoet Brugge ging zich profileren als een speciaalzaak. Daar waar de gemiddelde opticien voor iedereen een bril had, voelde Patrick aan dat de markt zich ging opsplitsen. Hij koos resoluut voor brillen die de koper een middel boden om persoonlijkheid uit te drukken. In eerste instantie waren dat ‘merkbrillen’. Vrij snel werd de markt echter overspoeld door licenties, de een al beter dan de andere, maar steeds inpikkend op de behoefte van de klant om zich te profileren. Maar net door het succes van de merken, ging de veeleisende individualist zich daarvan afkeren. Tijd dus om het over een andere boeg te gooien, dacht Patrick.
Zelf brillen gaan maken, leek een voor de hand liggende oplossing. Niet evident, maar het toeval kan soms een handje helpen. Dat toeval was een ontmoeting met Wim Somers, opticien in Antwerpen, met gelijkaardige ideeën. Patrick had gevoel voor vormgeving, Wim een neus voor zaken. Samen dweilden ze kleine fabrikanten in Frankrijk af om ontwerpen van Patrick te laten produceren. We schrijven 1986: de eerste brillen onder het merk Theo (een anagram van Hoet) werden in de beginperiode alleen aangeboden in hun eigen zaken. Maar toen Wim en Patrick op internationale optiekbeurzen rondliepen met de eerste Theo op hun neus, bleken ook andere opticiens geïnteresseerd. De bal ging aan het rollen. Vandaag verkoopt Theo zo’n 100.000 brillen per jaar aan een 1500-tal opticiens wereldwijd en kan Theo zich een grote speler noemen in een, weliswaar kleine, nichemarkt.
Maar daar stopt het niet. Dochter Lieselotte runt met haar echtgenoot Frederik Ghesquière de optiekzaak in Brugge en, sinds een tiental jaar, de tweede zaak in de Dansaertstraat in Brussel. Op naar de 150 jaar. Dochter Bieke neemt de fakkel over in het ontwerpbureau. Samen met het ontwerpteam gooit Hoet zich nu op een nieuwe uitdaging: 125 jaar Hoet was een mooie aanleiding om een brillenmerk onder eigen naam te lanceren. De Hoet-collectie moet de klant iets bieden wat hij nog amper op de markt kan vinden: echte exclusiviteit, een ongeëvenaarde kwaliteit en een product met een moderne tijdloze vormgeving die niet of weinig onderhevig is aan modecapriolen. De collectie wordt in kleine oplages gemaakt en alleen aangeboden aan een kleine groep opticiens met liefde voor hun vak. Opticiens met ‘métier’.
125 jaar Hoet-opticiens: dat is voor een deel de verdienste van de huidige generatie, maar het kan geen toeval zijn dat vijf, zes generaties na elkaar hetzelfde beroep uitoefenen. Steeds opnieuw is een Hoet-opticien erin geslaagd om zijn stielkennis en beroepseer over te dragen aan zijn familie. 125 jaar optiek zorgt voor wat druk om meer dan gemiddeld te presteren. Deze ambitie heeft Hoet op de kaart gezet, nationaal en internationaal.